C to C concept

Tophoveniers Nederland ontwikkelen tuinen op basis van Cradle to Cradle. De vereniging van Tophoveniers Nederland, met daarin 9 hoveniers verspreid over het land, hebben in samenwerking met het onderzoeksinstituut HAS KennisTransfer een nieuw tuinconcept ontwikkeld. Dit tuinconcept is gebaseerd op de Cradle to Cradle filosofie.

Maarten Klein, adviseur bij HAS KennisTransfer licht toe: “alle gebruikte materialen kunnen na hun leven in het ene product, nuttig worden ingezet in een ander product. Het eerste verschil met conventioneel hergebruik is dat er geen kwaliteitsverlies is en geen restproducten die alsnog gestort moeten worden.

Het C2C motto afval is voedsel illustreert deze kringloop. Het principe is ontleend aan de werking van ecosystemen, waarin het ene organisme een functie heeft voor andere organismen. Hierbij staan kenmerken als samenwerking (symbiose), voedsel en onderlinge verrijking centraal.””De Tophoveniers kunnen hiermee inspelen op de wens van de klant, die vraagt om een bewuste keuze bij tuinmaterialen. Het product van de tuin op basis van Cradle to Cradle speelt precies hierop in”, aldus één van de tophoveniers.

Tijdens het onderzoek is nagegaan waar tuinmaterialen vandaan komen, of deze verantwoord geproduceerd zijn en of deze na gebruik in de tuin een meerwaarde kunnen leveren. Een belangrijk criterium is het vrijkomen van schadelijke stoffen in de natuur. Dit is  bijvoorbeeld het geval bij gekleurde bestrating, bepaalde impregneermiddelen, kunstharsen en bepaalde bestrijdingsmiddelen.Een belangrijk item in de Cradle to Cradle filosofie is het verantwoord gebruik van pure materialen. Hierbij valt te denken aan Europees  hardhout, natuurlijke vezels, het gebruik van bioplastics en de aanschaf van biologisch geteeld plantmateriaal. Een goed begin het halve werk: we gaan dus na bij welke plantsoorten weinig tot geen bes trijdingsmiddelen nodig zijn. Vaak zijn dat sterke inheemse soorten. Daarnaast is het uitgangspunt van een Cradle to Cradle tuin een vitaal bodemleven met goede structuur. Mocht er toch plaag uitbreken, dan kunnen middelen op basis van vetzuren en insectenparasitaire aaltjes worden ingezet om deze op biologische wijze te bestrijden.Maarten Klein geeft aan: “Ook qua kosten zijn er besparingen te realiseren. Materialen worden meer lokaal betrokken, waardoor er minder transportbewegingen nodig zijn.

Daarnaast is de werkwijze gericht op een gesloten grondbalans en snoeiafval zoveel mogelijk terug te brengen in de eigen tuin, die dient als voedingsbron voor de beplanting. Ook de werkzaamheden worden zoveel mogelijk volgens de C2C gedachte uitgevoerd: we maken gebruik van gereedschap op basis van accu’s en 4-takt motoren waarmee geluidshinder en schadelijke uitstoot wordt verminderd. Naast dat dit bijdraagt aan het milieu, werkt het ook een stuk prettiger.”In het ontwerp wordt regenwater van het dak, gebruikt in grijswater circuits als het toilet en waterkranen. De kracht van het concept is, dat ondanks alle overwegingen qua materiaal er geen concessie gemaakt hoeft te worden op het ontwerp en de vormgeving van de tuin.